0

Meer 50-plussers starten als zelfstandige vanuit WW-uitkering

Meer 50-plussers starten als zelfstandige vanuit WW-uitkering

02-04-2015, CBS, UWV

Het aantal 50-plussers dat als zzp’er start vanuit de WW is de afgelopen jaren flink toegenomen. Vorig jaar waren dat er 3.500, tegen 2.500 in 2012. Het zijn vooral mannen die voor zichzelf beginnen; driekwart van de starters is man. De meeste 50-plus zelfstandigen zijn te vinden in Noord- en Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland. Dit blijkt uit de Barometer 50-plus, die UWV vandaag heeft uitgebracht.

Nederland telt 988.000 zelfstandigen zonder personeel. Bijna 43% daarvan is 50-plus. De gemiddelde leeftijd van zzp’ers is 48 jaar. De mannelijke zelfstandige 50-plusser is vooral te vinden in de specialistische zakelijke dienstverlening, de vrouwen in de gezondheids- en welzijnszorg.

Werkhervattingen hoger

De Barometer laat zien dat het aandeel werkhervattingen in de beëindigde WW-uitkeringen aan 50-plussers in de eerste 2 maanden van 2015 44,3% was. Dat is 4,3% hoger dan in dezelfde periode in 2013. Uit deze barometer blijkt ook dat het totale aantal WW-uitkeringen aan 50-plussers nog steeds licht stijgt. Terwijl het totale aantal WW-uitkeringen aan het dalen is, geldt dat niet voor de groep van 50 jaar en ouder.

Attidude bepalend voor succes zzp’ers

In deze Barometer ook een column van Henk Wesselo, directeur van FNV Zelfstandigen. Hij stelt dat ‘de’ 50-plus zzp’er niet bestaat en benadrukt de diversiteit binnen de groep. Meer nog dan de ervaring, onderscheidt de succesvolle zelfstandige zich door de attitude om nieuwe kansen te ontdekken en daarmee ook zichzelf opnieuw uit te vinden. Daarmee biedt het zelfstandig ondernemerschap vijftigers een uitgelezen kans hun kwaliteiten verder te ontplooien, aldus Wesselo.

Over de Barometer 50-plus

Met de Barometer 50-plus geeft UWV een actueel beeld van de positie van ouderen op de arbeidsmarkt, zoals het aantal WW-uitkeringen, de uitstroom naar werk en verschillende wetenswaardige nieuwtjes en feiten. De Barometer verschijnt iedere twee maanden. De informatie mag vrij worden gebruikt, met vermelding van UWV als bron.

0

Aantal werklozen stijgt licht in januari

Aantal werklozen stijgt licht in januari, ook meer werkenden

26-02-2015, UWV, CBS

Het aantal mensen dat geen betaald werk had maar wel werk zocht is in januari met 2.000 toegenomen ten opzichte van december 2014. Hiermee kwam het aantal werklozen uit op 645.000 personen van 15 tot 75 jaar. Dat is 7,2% van de beroepsbevolking. Ook het aantal werkenden is in januari toegenomen. De afgelopen 4 maanden zijn er meer mensen op zoek naar werk. Doordat niet iedereen van hen direct een baan vindt, neemt het aantal werklozen toe. Van maart tot en met september daalde de werkloosheid nog. Dit maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag bekend.

Uit cijfers van UWV blijkt dat het aantal WW-uitkeringen in januari met 17.000 is gestegen tot 458.000. Het aantal uitkeringen lag begin 2015 een fractie lager dan begin 2014.

Meer mensen op de arbeidsmarkt

Gemiddeld over de afgelopen 3 maanden nam het aantal werklozen met 4.000 per maand toe. In dezelfde periode groeide ook de werkzame beroepsbevolking, maandelijks gemiddeld met 6.000. De toename van de beroepsbevolking komt deels doordat jongeren zich weer vaker melden op de arbeidsmarkt. Maar ook zijn ouderen langer beroepsmatig actief.

Bijna 1 miljoen kleine banen

In 2014 waren er 8,2 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar met een baan van minimaal 1 uur per week. Van hen werkte 12% minder dan 12 uur per week. Deze groep wordt volgens de nationale definitie niet, maar volgens de ILO-definitie wèl tot de werkzame beroepsbevolking gerekend. Meer dan de helft van de banen tot 12 uur per week komen voor rekening van jongeren tot 25 jaar. Bij mensen van 25 tot 65 jaar komen kleine banen juist betrekkelijk weinig voor. Onder de 65- tot 75-jarigen is het aandeel met een kleine baan weliswaar relatief hoog, maar aangezien in deze leeftijdsgroep maar weinig mensen werken, gaat het vooralsnog om een beperkt aantal.

Iets minder werkzoekenden dan een jaar geleden

Vergeleken met januari 2014 nam het aantal WW-uitkeringen met 0,6% af tot 458.000. Het aantal WW-uitkeringen aan mannen daalde ten opzichte van een jaar eerder, terwijl dit aantal bij vrouwen steeg. Vanuit sectoren en beroepen waar mannen oververtegenwoordigd zijn, zoals bouwnijverheid (-19%) en technische- en industriële beroepen (-7%), liep het aantal uitkeringen naar verhouding het sterkst terug. Een relatief grote toename van het aantal uitkeringen registreerde het UWV juist vanuit de zorg- en welzijnssector (+14%), bij (para)medische beroepen (+7%) en verzorgende en dienstverlenende beroepen (+5%) waar veel vrouwen werkzaam zijn.

Onder 50-plussers steeg het aantal WW-uitkeringen met 10% het meest. Onder jongeren tot 25 jaar daalde het aantal uitkeringen met 15,3%.

Vergeleken met december 2014 nam het aantal WW-uitkeringen in januari 2015 toe met 3,8%. Dat is minder dan in januari 2014 toen de stijging uitkwam op 5,2% ten opzichte december 2013.

Veel meer 50-plussers aan het werk vanuit de WW

UWV verstrekte in januari 2015 in totaal 75.000 nieuwe WW-uitkeringen, 4,4% minder dan in januari 2014. Het aantal beëindigde uitkeringen bedroeg 58.000, 4,5% meer dan een jaar eerder. Het aantal uitkeringen dat vanwege werkhervatting werd beëindigd, nam vergeleken met januari 2014 toe met 8,6% tot 29.000. Vooral bij 50-plussers steeg dit aantal fors, met 28%. Bij jongeren tot 25 jaar werden er 10% minder uitkeringen beëindigd vanwege werkhervatting.

Werkloosheid in Nederland relatief laag

De werkloosheid in Nederland kwam in januari uit op 7,2% van de beroepsbevolking, dat is even hoog als in december. Hiermee is de werkloosheid in ons land internationaal gezien relatief laag. De werkloosheid in de Eurozone bedroeg in december namelijk 11,4% en in de Europese Unie als geheel 9,9%. Met circa 5% was de werkloosheid het laagst in Oostenrijk en Duitsland. De Duitse werkloosheid loopt al 10 jaren terug. In België en Frankrijk is het werkloosheidspercentage met respectievelijk 8,5 en ruim 10 al meer dan 2 jaar vrij stabiel.

0

Streep door omzeiling flexwet

Streep door omzeilen ketenregeling

De Hoge Raad heeft een streep gezet door een sluiproute van een werkgever om personeel oneindig tijdelijke contracten te kunnen aanbieden.  

Volgens het huidige recht kan een werkgever in drie jaar maximaal drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten met een werknemer aangaan. Ook kan een werknemer maximaal gedurende drie jaren tijdelijk in dienst zijn. Bij overschrijding van die periode of bij een vierde contract dat volgt, is de werknemer voor onbepaalde tijd in dienst. Deze “keten” kan volgens het huidige recht worden doorbroken met een periode van ten minste drie maanden. Alsdan begint een nieuwe “keten”.

In de zaak die de Hoge Raad moest beoordelen, had een werkgever de werknemer een vierde arbeidsovereenkomst voorgelegd, waarin hij had opgenomen, dat de vierde arbeidsovereenkomst zou eindigen na een jaar door middel van een vaststellingsovereenkomst.

De werkgever hoopte zo de regels te omzeilen, maar de Hoge Raad oordeelde dat een vaststellingsovereenkomst erop gericht is om aan een bestaand geschil een einde te maken. En dus niet om op voorhand een arbeidsovereenkomst te laten eindigen. De bedoeling was immers niet gericht op het beeindigen van een geschil, maar op het omzeilen van de keten.

Vanaf 1 juli 2015

Vanaf 1 juli 2015 verandert de wet. Op dit moment wordt de “keten” nog onderbroken door een uit-dienst-periode van drie maanden, vanaf 1 juli 2015 zal die onderbreking ten minste zes maanden moeten bedragen. Ook wordt de periode van drie maanden gewijzigd in twee maanden.

ECLI:NL:HR:2015:39, 9 januari 2015